![]() |
|
Peter Baum was in zijn klas op de lagere school een van de negen kinderen van wijnboeren. Hij is uiteindelijk de enige, die het ouderlijk bedrijf heeft overgenomen. Veel kleine wijnbedrijven hebben in de laatste kwarteeuw het loodje gelegd vanwege de opvolging. De hoge arbeidsintensiteit, die wijnbouw aan de Mosel met zich meebrengt én de onzekerheid over een voldoende belegde boterham, waren blijkbaar een te weinig aansprekend perspectief. Peter heeft naast zijn werk als wijnboer nog een baan voor vier dagen per week als arbeidsbemiddelaar voor werkzoekenden.
Peter heeft danwel de stiel van zijn vader geleerd, maar hij maakt volstrekt andere wijn. Hij gaat voor kwaliteit en achtte zijn wijngaarden, gelegen aan de schaduwzijde van de Mosel, daar niet goed genoeg voor. Hij verkocht ze en wist voor een redelijke prijs -geluk van het moment- aan de overkant enkele stukjes te bemachtigen van de 'Wehlener Sonnenuhr', behorend tot de mooiste en steilste wijngaarden van de hele Mosel. De bodem bestaat uit een metersdikke laag leisteen, die extreem goed warmte vasthoudt. Er is alleen Riesling aangeplant. In de wijngaard werkt Peter zo natuurlijk mogelijk. Door stevig te snoeien is het rendement van de wijngaard laag, daarentegen de concentratie van materie in de druiven hoog. Bij de oogst -alles met de hand, een tractor kantelt onherroepelijk- selecteert hij streng op kwaliteit: alleen gezonde en ruim voldoende of zeer ('auslese') rijpe druiven. Wat dat laatste betreft boft hij met de klimaatsverandering, die hier goed te merken is. In Duitsland is men gestopt om van 'een keer in de eeuw-jaargangen' te spreken, want sinds 1999 is het bijna jaarlijks raak. Alleen 2006 viel tegen, niet door te weinig zon, maar te veel regen. Daardoor zijn veel druiven aangetast door rotting. Peter heeft 2/3-de deel van de oogst weggegooid. De rest was wel gezond en van hoge kwaliteit. Dat is ook noodzakelijk voor de mooie wijn, die Peter wil maken, want op het gebied van vinificatie is hij voor rust en zo min mogelijk ingrijpen. De wijngaard en de natuur zorgen voor de kwaliteit. De wijnen rijpen een half jaar in stalen of oude houten vaten tot een aantal varianten: trocken (droog), 'feinherb', (lees half droog) en 'lieblich' (zoet). De wijnen worden gekenmerkt door een hoge, maar aangename zuurtegraad, een mooie helderheid en een enorme precisie. De wijnen kunnen meteen op fles gedronken worden, maar zijn in staat -voor wie het geduld heeft- om nog minstens 15 jaar te liggen. Ze zijn een mooie begeleider van vooral visgerechten uit de klassieke en de Aziatische keuken. |